Ontdek de wondere wereld van bio, swishing, vintage, hennep en nog veel meer.

Weinigen beseffen het, maar heel wat broeken, hemden, handdoeken en tal van andere textielwaren leveren een belangrijke bijdrage aan verdroging, vervuiling van ecosystemen, gezondheidsproblemen bij tal van mensen, en nog veel meer.

Nochtans kan het anders: bewust omgaan met textiel en juiste aankopen maken namelijk een groot verschil.  – door Koen Vandepopuliere

Katoen: zelden puur natuur…

Voor de productie van textiel wordt, vooral, heel veel katoen gebruikt.

Clara Moeremans, Projectverantwoordelijke bij Netwerk Bewust Verbruiken: “Om te beginnen worden bij de teelt van dat gewas enorm veel bestrijdingsmiddelen ingezet. Alleen al wat betreft de insecticiden gaat het over 25 % van het gebruik wereldwijd: meer dan enig ander gewas. Bovendien zijn de betrokken chemicaliën vaak heel onveilig. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, is 2/3 ervan gevaarlijk voor mens en milieu. Ook wordt katoen meestal geteeld buiten de regio’s en klimaatzones die er geschikt voor zijn. In onvoldoende vochtige gebieden, bijvoorbeeld. Gevolg is dat veel moet worden geïrrigeerd. Zo is voor de productie van één jeansbroek 10.000 liter water nodig. Typerend is ook wat is gebeurd met het Aralmeer, in Oezbekistan. Aan het begin van de twintigste eeuw was dat nog een zoetwatermeer, maar vandaag is de helft van de oppervlakte ervan ingenomen door een zoutwoestijn, terwijl de andere helft bestaat uit een zoútwatermeer. Dit is vooral te wijten aan het onttrekken van water daaruit om katoenvelden te irrigeren. Voorts is een probleem dat de betreffende teelten meestal monoculturen zijn, die de grond enorm uitputten. Om er katoen te kunnen blijven telen, moeten dan ook steeds grotere hoeveelheden kunstmest worden gebruikt.”

Chemische toverdoos

Op een gegeven moment worden de katoenvezels verwerkt tot weefsels die zijn bestemd om textielwaren van te maken.

Moeremans: “Ook daarbij worden heel wat schadelijke stoffen gebruikt. Nemen we opnieuw het voorbeeld van jeans. De katoen waarvan dat wordt gemaakt, wordt eerst gebleekt met chloor, vervolgens geverfd met kleurstoffen die vaak zware metalen bevatten, ze worden behandeld met formaldehyden om ze kreukvrij te maken, en daarnaast worden nog organische solventen ingezet, naast weekmakers, ammoniak, zuren en tal van andere producten die een negatieve impact hebben op het milieu en op de gezondheid van mensen die in die fabrieken werken.”

De wereld rond

Dan is er nog het transport, gaat Moeremans verder. “Om te vermijden dat het katoenen kledingstuk tijdens de verplaatsing beschadigd raakt door motten en schimmels, wordt het behandeld met motwerende producten en fungiciden. Bovendien legt het vaak grote afstanden af, wat de ecologische voetafdruk vergroot. Een hemd dat is gemaakt van katoen uit Oezbekistan, bijvoorbeeld, heeft al gauw 23.000 km afgelegd voor het in België is aangekomen.”

Weinig loon, veel kwalen

De pesticiden en andere chemische stoffen hebben uiteraard een negatieve impact op de gezondheid van, onder meer, de arbeiders.

“Veel van die producten zijn namelijk giftig, iets wat vele arbeiders niet te horen krijgen,” legt Moeremans uit. “Voorts is de communicatie omtrent de veiligheidmaatregelen die ze bij het gebruik ervan in acht moeten nemen, heel beperkt. Bovendien komt een groot deel van die chemicaliën uiteindelijk terecht in grond- en oppervlaktewaters, in de bodem, lucht,… en dus het hele ecosysteem. Dit betekent ook dat mensen via onder meer het drinkwater, opnieuw, tal van de producten binnenkrijgen. Dit leidt tot heel wat gezondheidsproblemen: hoofdpijn, duizeligheid, ademhalingsproblemen, zenuwaantastingen, huidziektes, kanker, blindheid, onvruchtbaarheid, …

En dan had ik het nog niet over de verloning van de werknemers in, bijvoorbeeld, Aziatische landen. Ze werken vaak voor een loon van nog geen twee euro per dag: ontoereikend om hen in hun levensonderhoud te laten voorzien. Dat terwijl ze lange werkdagen hebben, maar geen vaste contracten, en terwijl hen het recht wordt ontzegd zich te verenigen in een vakbond.”

Ze stelt vast dat steeds meer bedrijven iets aan die mistoestanden proberen te doen door het opleggen van een sociale gedragscode aan hun toeleveranciers. Maar helaas, klinkt het, is de controle op de naleving ervan vaak te beperkt.

Oud wordt nieuw

De consument kan een dam werpen tegen de mistoestanden.

Clara Moeremans’ eerste boodschap is: koop minder kleding. “Sta er even bij stil: heb ik het echt nodig? Verleng ook de levensduur van de kleren die je hebt, door ze te herstellen. Of maak er een ander kledingstuk van. Zo zou je het T-shirt van papa kunnen transformeren tot een leuk rompertje voor de baby. Een andere goede optie is: koop tweedehands. Vintage is vandaag de dag hip en veel mensen houden van een retro-look. Het zal dan ook niet verbazen dat tweedehandswinkels goed draaien, en dat er steeds meer zijn. Een toenemend aantal mensen schuimt ze af, zoekt op het internet naar tweedehandskledij,… Wat ook hip blijkt, zijn ‘swishen’ en ‘swappen’. Het gaat om het ruilen van kleding. Je kan zelf zo’n ruilevent organiseren, bijvoorbeeld kleinschalig, door de vriendenkring op te trommelen, waarbij allen kleren die ze niet graag meer zien bij mekaar brengen en ruilen voor een nieuw item waar ze wel van houden. Maar er worden ook grootschaligere kledingruilevents georganiseerd; ze worden onder meer aangekondigd via swishing.be en swapping.be.”

Anders gaan winkelen

Als je een nieuwe aankoop doet, let dan ook op het soort materiaal.

Moeremans: “Kies voor duurzamere materialen, bijvoorbeeld biokatoen – wist je trouwens dat de eindconsumptie daarvan de laatste 10 jaar met 40 % is gestegen? Ook een goede keuze is de fairtradeversie van dat gewas. Je kan trouwens ook eens een ander materiaal kiezen dan katoen. Zo is er steeds meer kleding die is gemaakt van hennep. Daarvoor is tienmaal minder water nodig dan voor de productie van katoen; bovendien is het makkelijk te telen in onze contreien, zodat het niet de halve wereldbol rond moet voor het bij ons raakt. Ook bamboe is een milieuvriendelijk alternatief. Voorts raad ik aan te letten op labels, die erop wijzen dat de producent hoge ecologische en/of sociale maatstaven hanteert. Zijn goede arbeidsomstandigheden voor jou belangrijk, let dan op het Fairtrade Max Havelaar label, Ecocert Equitable, of het logo van de Fair Wear Foundation. Kies je bovendien graag voor biokatoen, let dan op keurmerken zoals het Biogarantie- of het GOTS-label.”

Anders gaan gebruiken

Niet alleen de aankoop van textiel speelt een rol, maar ook het gebruik ervan: wassen, drogen, strijken,… hebben allemaal een impact op het milieu, stelt Clara Moeremans.

“Was dus niet vaker dan nodig, op lagere temperatuur – 30° – en met ecologische wasmiddelen. En als je een wasmachine koopt, let er dan op dat ze weinig energie verbruikt. De meest energie-efficiënte herken je aan het A+++ label. Kies ook een toestel dat niet te veel liters water gebruikt per wasbeurt. En: droog de kleding buiten of op het droogrek in plaats van op de droogkast. Besef tenslotte dat je veel kleding niet noodzakelijk hoeft te strijken. Ik denk hierbij aan handdoeken, ondergoed,… enzovoort,” besluit ze.