Een echt buitenbeentje onder de paddenstoelen is de Cordyceps sinensis of Chinese rupsendoder.
Dit artikel kadert in de reeks “Medicinale paddenstoelen, meer dan gewone voedselbronnen.”
Cordyceps is een parasitaire fungus of paddenstoel, waarvan het mycelium of de zwamvlokken alleen groeide op een zeldzame Tibetaanse rups, de Hepialus armoricanus Oberthuer. De rups werd door een spore van deze paddenstoel geïnfiltreerd en stierf vervolgens af, waarbij uiteindelijk de gemummificeerde buitenkant van de dode rups volledig werd opgevuld door de zwamvlokken van de cordyceps. Tijdens de zomermaanden ontsproot vervolgens uit het hoofd van de dode rups het vruchtlichaam van de paddenstoel. Dit heeft de vorm van een vinger of knuppel en wordt 4 à 11 cm groot. Tegenwoordig wordt de cordyceps door middel van speciale technieken gekweekt op gemalen soja, rijst of andere voedingsbodems en worden vooral de zwamvlokken ervan aangewend.
Adaptogeen
De vrij zeldzame cordyceps was lang een privilege van de leden van het Chinese keizerlijke hof. Cordyceps werd veel gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde om de levensenergie of de “Qi” te verhogen, de uithouding te verhogen, sneller te herstellen van inspanningen, om de levensduur te verlengen, om de longfunctie te verbeteren, de nierfunctie te ondersteunen en om de mannelijke potentie te verbeteren.
In de moderne Aziatische fytotherapie wordt de rupsendoder in de eerste plaats aanzien als een “adaptogeen” dat het aanpassingsvermogen verhoogt aan ongunstige omstandigheden zoals koude en zuurstofgebrek, dat de geestelijke en lichamelijke vitaliteit verhoogt, dat atletische prestaties verbetert door een beter zuurstofgebruik en dat het geheugen en concentratievermogen verhoogt.
Deze werkzaamheid zou berusten op een complex van inhoudsstoffen waaronder vooral nucleosiden (cordycepine, adenosine, uracil, uridine, guanine, guanosine), sacchariden (d-mannitol of cordycepinezuur en galactomannanen), polyamines (spermine, spermidine, homospermidine, putrescine, 1,3 – diaminopropaan) en sterolen zoals ergosterol. Zo zou adenosine bijdragen tot hogere spiegels van het energieleverende ATP (adenosinetrifosfaat) en zorgen voor een efficiënter gebruik van zuurstof. Men claimt van cordyceps dan ook een werkzaamheid bij:
- vermoeidheid, energiegebrek, slecht verdragen van kou
- verminderd geheugen en concentratievermogen, tinnitus (oorsuizingen), vertigo (duizeligheid)
- verminderd prestatievermogen en uithouding, slechte recuperatie na inspanningen
- vroegtijdige ouderdomsverschijnselen, hartzwakte, chronische bronchitis.
Meer seksuele energie
Verder wordt cordyceps heel sterk gepromoot voor een betere aanmaak van testosteron, het hormoon dat zowel bij de man als bij de vrouw voor een groot deel de geslachtsdrift bepaalt. Daarom claimt men van cordyceps dat het als een “afrodisiacum” voor meer seksuele energie zorgt bij een verlies van libido (geslachtsdrift) bij man en vrouw, bij een verminderde seksuele potentie, bij impotentie en infertiliteit (onvruchtbaarheid)
Onvoldoende onderbouwd
Er bestaat tot op heden nog te weinig betrouwbare informatie over de werkzaamheid van cordyceps op basis van goed opgezette klinische studies. Onderzoeken bij jonge, onrijpe mannelijke muizen tonen wel aan dat Cordyceps de testosteronproductie op gang kan brengen.
—
Klik door naar de website van BioGezond voor het volledige artikel.
Auteur : Dr. Geert Verhelst. Bron : (c) BioGezond, infoblad over gezond leven. Gepubliceerd door ecofun.be in het kader van een samenwerkingsovereenkomst.








